Mijn passie voor schrijven kreeg er iets bij: leren lezen
Wie mij kent, weet inmiddels dat ik een passie heb voor goed handschriftonderwijs. Maar de afgelopen jaren is daar iets bij gekomen: leren lezen.
En eigenlijk is dat helemaal niet zo’n grote stap als ik aanvankelijk dacht.
Lezen en schrijven zijn veel meer dan schoolvakken
Ik maak me zorgen als ik lees hoeveel jongeren moeite hebben om op voldoende niveau te lezen. Want lezen, schrijven en spellen zijn in mijn ogen geen schoolvakken zoals geschiedenis of topografie.
Het zijn leervoorwaarden.
Een kind dat goed kan lezen en schrijven, heeft daar bij vrijwel ieder ander vak profijt van. Maar het gaat verder dan school. Goed kunnen lezen en schrijven is ook een voorwaarde om later zelfstandig mee te kunnen doen in de maatschappij.
Juist daarom vind ik het zo belangrijk dat we kritisch blijven kijken naar de manier waarop we kinderen deze vaardigheden aanleren.
En toen ontmoette ik Erik Moonen.
Een lezing die me aan het denken zette
Een paar jaar geleden mocht ik op een school een lezing van Erik Moonen bijwonen. Ik kende zijn ideeën toen nog niet goed, maar tijdens zijn verhaal ging er voor mij een wereld open.
Het verhaal dat hij vertelde over leren lezen zat zó logisch in elkaar.
Erik heeft jarenlang onderzoek gedaan naar leesonderwijs en zijn bevindingen en oplossingen beschreven in zijn boeken Dwaalspoor Dyslexie en later Exit Dyslexie.
Ik ben gaan lezen. Meteen.
En Exit Dyslexie was voor mij echt een eye-opener.
Leren lezen door te leren schrijven
Eén gedachte bleef vooral bij me hangen:
leren lezen door te leren schrijven.
Misschien kwam dat bij mij extra hard binnen vanwege mijn achtergrond in het handschriftonderwijs. Want ineens kwamen die twee werelden bij elkaar.
Als je iets kunt schrijven, kun je het ook lezen. Maar als je iets kunt lezen, betekent dat nog niet automatisch dat je het ook kunt schrijven.
Dus dacht ik: hoe efficiënt kun je het maken?
Als kinderen tijdens het leren schrijven tegelijkertijd leren lezen en spellen, moet daar toch winst te behalen zijn? Niet alleen inhoudelijk, maar ook in de kostbare onderwijstijd die een leerkracht iedere dag heeft.
Vanaf dat moment liet het onderwerp me niet meer los.
“Zullen we hier geen lesmateriaal van maken?”
Dan komt waarschijnlijk de uitgever in mij naar boven.
Want als ik een goed inhoudelijk verhaal hoor, wil ik er iets mee. Ik wilde de ideeën van Erik vertalen naar praktisch materiaal waarmee een leerkracht in de klas aan de slag kan.
Dus vroeg ik hem: zullen we hier niet samen lesmateriaal van maken?
Daar stond hij in eerste instantie niet direct om te springen.
Erik had zijn methodiek immers uitgebreid beschreven in zijn boeken. Maar ik bleef enthousiast. En minstens zo belangrijk: we kregen hulp van leerkrachten uit de praktijk die wilden meedenken over de vertaling naar de klas.
Uiteindelijk ging Erik overstag.
En zo was Alfabetcode in wording.
Twee passies die eigenlijk heel goed bij elkaar passen
Mijn passie voor handschriftonderwijs is dus inmiddels uitgebreid met een passie voor leesonderwijs.
Wat ik daar misschien nog wel het mooiste aan vind, is dat Schriftcode en Alfabetcode helemaal geen twee losse werelden blijken te zijn. Integendeel.
Schrijven, lezen en spellen horen bij elkaar.
Beide methoden sluiten dan ook naadloos op elkaar aan. Bij Schriftcode kijken we heel precies naar hoe je kinderen de juiste lettervormen leert. Bij Alfabetcode gaan we van klank naar teken, dus van gesproken taal naar geschreven taal.
Voor mij voelt dat inmiddels heel logisch.
Ik was snel om. Nu de scholen nog
Ik was na die eerste kennismaking behoorlijk snel om. Inmiddels werken de eerste scholen met Alfabetcode en kunnen we ook van hun ervaringen weer ontzettend veel leren.
Wat een voorrecht om met zulke mensen te mogen werken – en om al die kennis uiteindelijk te kunnen vertalen naar iets waar leerkrachten en kinderen iedere dag iets aan hebben.
Ik vind het tijd om eens anders naar ons leesonderwijs te kijken. Jij ook?