Een heldere basiscode maakt aanvankelijk lezen eenvoudiger, nauwkeuriger en beter opbouwbaar.
Wie een nieuwe leesmethode kiest, kijkt al snel naar materialen, differentiatie, digitale ondersteuning en toetsresultaten. Maar de belangrijkste vraag ligt nog een stap daarvoor: hoe leert een kind eigenlijk lezen? Een kind van zes kan al duizenden woorden zeggen en verstaan, maar letters zijn nog nieuw. Goed aanvankelijk leesonderwijs benut daarom eerst wat het kind al kent: de klanken van de taal.
Dat uitgangspunt verandert de volgorde van het leren. Niet de letter staat aan het begin, maar de klank. Een kind leert een klank herkennen, leert vervolgens met welk teken die klank wordt geschreven en oefent dat teken zorgvuldig. Pas daarna wordt de route omgekeerd en wordt het geschreven teken weer als klank gelezen. Zo groeit lezen rechtstreeks uit schrijven. Dat klinkt eenvoudig, maar het heeft grote gevolgen voor de manier waarop een leesmethode wordt opgebouwd.
Foneembewustzijn helpt kinderen om woorden in klanken te verdelen. Daardoor begrijpen zij sneller hoe letters en klanken met elkaar samenhangen.
Binnen deze aanpak leren kinderen eerst klanken omzetten in letters. Daardoor ontstaat een beter begrip van de alfabetische code.
Meer vragen? Bekijk hier alle veelgestelde vragen over leesonderwijs.
Vul uw gegevens in. U ontvangt de documenten per e-mail.
We maken gebruik van functionele en analytische cookies.
Meer hierover in onze privacy statement.